Klant login
Log in
Registreer
Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
- Bekijk bestelling en verzendstatus
- Bekijk bestelgeschiedenis
- Reken sneller af
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
De apotheek maakt de brug met het O.L.H-Hemelvaart weekend. We zijn terug open vanaf maandag 18/05/2026.
Feminova 50 Patch 12 X 1,5mg
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 26,55 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 26,55 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Belangrijke informatie
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Op bestelling
Feminova® 50, Feminova® 75 is een pleister die door de huid de werkzame stof aan het lichaam afgeeft. De pleisters bevatten respectievelijk 1,5 mg en 2,2 mg estradiol hemihydraat en zorgen voor een afgifte van respectievelijk 50 µg en 75 μg estradiol per 24 uur.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Voor de behandeling van postmenopauzale symptomen mag de HST alleen worden ingezet voor symptomen die de levenskwaliteit ongunstig beïnvloeden. In alle gevallenmoeten de risico's en voordelen ten minste jaarlijks zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen en de HST mag alleen voortgezet worden zolang de voordelen opwegen tegen het risico. Het bewijsmateriaal in verband met de risico's die gepaard gaan met HST bij de behandeling van premature menopauze is beperkt. Omwille van het lage absolute risico bij jongere vrouwen, zou de balans van voor- en nadelen bij deze vrouwen echter gunstiger kunnen zijn dan bij oudere vrouwen. Medisch onderzoek / follow-up Voordat met hormoonsuppletietherapie (HST) wordt gestart of wanneer het gebruik na een onderbreking wordt hervat, moet een volledige persoonlijke en familiale anamnese worden afgenomen. Lichamelijk onderzoek (inclusief gynaecologisch en borstonderzoek) dient plaats te vinden afgaande op deze anamnese, de contra-indicaties en de voorzorgsmaatregelen. Tijdens de behandelingsperiode worden geregeld controles aanbevolen waarvan de frequentie en aard individueel worden aangepast. Aan de vrouwen moet worden verteld bij welke veranderingen aan hun borsten zij hun arts of verpleegkundige (zie verder "Mammacarcinoom") moeten raadplegen. Periodiek onderzoek, met inbegrip van adequate beeldvormende technieken, bijv. mammografie, dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende richtlijnen voor gezonde vrouwen, hierbij rekening houdendmet demedische individuele behoeften. Aandoeningen waarbij controle noodzakelijk is Indien een van de volgende aandoeningen aanwezig is, in het verleden aanwezig was en/of verergerde tijdens zwangerschap of eerdere hormonale behandeling,moet de patiënte extra gecontroleerd worden.Men moet er rekening mee houden dat deze aandoeningen kunnen terugkeren of verergeren tijdens de behandelingmet Feminova, in het bijzonder bij: - Leiomyoom(baarmoederfibroom) of endometriosis - Trombo-embolische aandoeningen of de aanwezigheid van risicofactoren (zie verder) - Aanwezigheid van risicofactoren voor oestrogeengevoelige tumoren (bv. borstkanker bij eerstegraads familielid) - Hypertensie - Leveraandoening (bv. leveradenoom) - Diabetesmellitusmet of zonder vasculaire symptomen - Cholelithiasis - Migraine of (ernstige) hoofdpijn - Systemische lupus erythematodes - Een voorgeschiedenis van endometriumhyperplasie (zie verder) - Epilepsie - Astma - Otosclerose Redenen om de behandeling onmiddellijk te staken: De hormoonsuppletietherapie dient onmiddellijk te worden gestaakt indien er een contra-indicatie is ontdekt en in de volgende situaties: - Geelzucht of verslechtering van de leverfuncties - Significante stijging van de bloeddruk - Het voor het eerst optreden vanmigraineachtige hoofdpijn - Zwangerschap Endometriumhyperplasie en endometriumcarcinoom
Bij vrouwen met een intacte uterus is het risico op endometriumhyperplasie en –carcinoom verhoogd als alleen oestrogenen gedurende lange perioden worden toegediend. Afhankelijk van de duur van de behandeling en de dosis van de oestrogenen, is het gerapporteerde risico op endometriumkanker bij gebruiksters van alleen oestrogenen 2- tot 12-maal hoger dan bij niet-gebruiksters, (zie rubriek 4.8). Na stopzetting van de behandeling kan het risico gedurende minstens 10 jaar verhoogd blijven. Het cyclisch toevoegen van een progestageen gedurende ten minste 12 dagen per maand/cyclus van 28 dagen of een continue gecombineerde oestrogeen-progestageen behandeling bij niet�gehysterectomiseerde vrouwen voorkomt het verhoogde risico dat geassocieerd is met alleen oestrogenen als HST. Voor orale dosissen oestradiol > 2 mg, geconjugeerde equine oestrogenen > 0,625 mg en pleisters > 50 µg/dag werd de endometriale veiligheid van toegevoegde progestagenen niet aangetoond. Doorbraakbloedingen en spotting kunnen voorkomen gedurende de eerste maanden van de behandeling. Als doorbraakbloedingen of spotting na geruime tijd van therapie optreden of aanhouden na het beëindigen van de behandeling, dan is nader onderzoek geïndiceerd. Dit kan inhouden dat een endometriumbiopsiemoet worden genomen ommaligniteit uit te kunnen sluiten. Oestrogeenmonotherapie kan leiden tot premaligne of maligne degeneratie in achtergebleven endometriosehaarden. Om deze reden moet toevoeging van progestagenen aan oestrogeensuppletietherapie worden overwogen bij vrouwen die vanwege endometriose een hysterectomie hebben ondergaan, indien bekend is dat er residuele endometriosehaarden aanwezig zijn. Mammacarcinoom Alle beschikbare gegevens wijzen op een verhoogd risico op borstkanker wanneer vrouwen oestrogeen�progestageen combinatiepreparaten als HST gebruiken of wanneer ze uitsluitend oestrogenen als HST gebruiken. Dit risico is afhankelijk van de duur van het gebruik van HST. Oestrogeen-progestageen combinatietherapie De willekeurige placebo-gecontrolleerde studie, de WHI studie, en een meta-analyse van prospectieve epidemiologische studies zijn consistent in het vinden van een verhoogd risico van borstkanker, bij vrouwen die oestrogeen-progestageen combinatiepreparaat als HST nemen, dat duidelijk wordt na 3 (1-4) jaar (zie rubriek 4.8.) Oestrogeen monotherapie De WHI studie vond geen verhoogd risico op borstkanker bij gehysterectomiseerde vrouwen die alleen oestrogenen als HST gebruikten. Observationele studies rapporteerden meestal een licht verhoogd risico op de diagnose van borstkanker dat lager is dan dit dat wordt waargenomen bij gebruiksters van oestrogeen�progestageen combinatiepreparaten (zie rubriek 4.8). Resultaten van een grote meta-analyse laten zien dat na het stoppen van de HST het extra risico afneemt. De tijd die nodig is voordat het extra risico weer is verdwenen hangt af van de duur van het HST gebruik. Wanneer HST langer dan 5 jaar werd gebruikt, kan het extra risico 10 jaar of langer aanhouden. HST, vooral oestrogeen-progestageen combinatiepreparaten, verhogen de densiteit van de mammografische beelden, wat storend kan zijn voor de radiologische detectie van borstkanker. Ovariumkanker Ovariumkanker is veel zeldzamer dan borstkanker. Een grote meta-analyse van epidemiologische studies suggereert een licht verhoogd risico bij vrouwen die oestrogeenmonotherapie of een gecombineerde oestrogeen-progestageen-HST gebruiken, dat zichtbaar wordt binnen vijf jaar van gebruik, maar weer afneemt na beëindiging van de behandeling. Sommige andere studies inclusief de WHI studie suggereren dat het gebruik van gecombineerde HST's mogelijk geassocieerd is met een vergelijkbaar, of iets lager, risico (zie rubriek 4.8). Veneuze trombo-embolieën Hormoonsuppletietherapie is geassocieerd met een 1,3- tot 3-maal hoger risico op het ontstaan van een veneuze trombo-embolie (VTE), dat wil zeggen op diepe veneuze trombose of longembolie. De kans hierop is groter tijdens het eerste jaar van HST dan later (zie rubriek 4.8). Patiënten met een bekende trombofilie status hebben een verhoogd risico op VTE en HST kan dit risico nog verhogen. HST is bijgevolg gecontra-indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3). Algemeen erkende risicofactoren voor het optreden van VTE zijn: gebruik van oestrogenen, een hogere leeftijd, grote chirurgische ingrepen, langdurige immobilisatie, obesitas (BMI > 30 kg/m2 ) ), zwangerschap/postpartum periode, systemische lupus erythematodes (SLE), en kanker. Er bestaat geen consensus over de mogelijke rol van varicose bij VTE. Zoals bij alle postoperatieve patiënten moeten profylactische maatregelen overwogen worden om VTE na chirurgie te voorkomen. Als langdurige immobilisatie nodig is na een electieve ingreep, wordt het aanbevolen om 4 tot 6 weken voor de operatie de HST stop te zetten. De behandeling mag niet hernomen worden voordat de vrouw weer volledig mobiel is. Bij vrouwen die geen persoonlijke voorgeschiedenis van VTE hebben maar die een eerstegraads familielid met een voorgeschiedenis van trombose op jonge leeftijd hebben, kan screening aangeboden worden na zorgvuldige counseling in verband met de beperkingen hiervan (slechts een deel van de trombofilie afwijkingen wordt bij screening geïdentificeerd). Als een trombofilie afwijking wordt geïdentificeerd die bij familieleden tot trombose heeft geleid of als het een 'ernstige' afwijking betreft (bijv. antithrombine, proteïne S, of proteïne C deficiënties of een combinatie van afwijkingen), is HST gecontra-indiceerd. Bij vrouwen die reeds een chronische anticoagulatietherapie krijgen, moeten de voordelen en de nadelen van het gebruik van HST zorgvuldig afgewogen worden. In geval zich een VTE ontwikkelt na het instellen van de therapie, dient de toediening van de medicatie gestaakt te worden. Patiënten moeten worden geïnformeerd dat zij direct contact dienen op te nemen met hun arts in geval potentieel trombo-embolische symptomen optreden (bijvoorbeeld: pijnlijke zwelling van een been, plotselinge pijn op de borst, kortademigheid). Coronaire hartziekten (CHZ)
Er zijn geen aanwijzingen uit gerandomiseerde gecontroleerde studies van bescherming tegen myocardinfarct bij vrouwen met of zonder CHZ die oestrogeen-progestageen combinatiepreparaten of alleen oestrogenen als HST kregen. Oestrogeen-progestageen combinatietherapie Het relatieve risico op CHZ gedurende het gebruik van gecombineerde oestrogeenprogestageen HST is licht verhoogd. Aangezien het absolute risico op CHZ in de uitgangssituatie sterk leeftijdsafhankelijk is, is het aantal extra gevallen van CHZ ten gevolge van oestrogeen-progestageengebruik erg laag bij gezonde vrouwen die dicht tegen de menopauze aan zitten. Dit aantal zal echter toenemen bij het ouder worden. Oestrogeen monotherapie Gerandomiseerde gecontroleerde gegevens vonden geen verhoogd risico op CHZ bij gehysterectomiseerde vrouwen die een behandeling met alleen oestrogenen gebruikten. Ischemisch CVA Het gebruik van oestrogeen-progestageen combinaties en alleen oestrogenen als HST is geassocieerd met een tot 1,5-maal verhoogd risico op ischemisch CVA. Het relatieve risico verandert niet met de leeftijd of de tijd sinds de menopauze. Omdat het basisrisico van CVA sterk leeftijdsafhankelijk is, zal het globale risico op CVA bij vrouwen die HST gebruiken, stijgen met de leeftijd (zie rubriek 4.8). Overige aandoeningen Oestrogenen kunnen vochtretentie veroorzaken. Patiënten met een verminderde hart- of nierfunctie moeten derhalve goed worden geobserveerd. Vrouwen met een reeds bestaande hypertriglyceridaemie moeten nauwlettend gevolgd worden tijdens een oestrogeenbehandeling of HST, omdat in zeldzame gevallen bij vrouwen met deze afwijking, een sterke toename van de plasmatriglyceriden leidend tot pancreatitis werd gerapporteerd. Exogene oestrogenen kunnen symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem induceren of verergeren. Oestrogenen veroorzaken een stijging van het thyroxinebindend globuline (TBG), wat leidt tot een toename van het circulerend schildklierhormoon, gemeten aan de hand van eiwitgebonden jood (PBI, protein bound iodine), T4 spiegels (kolom of radio-immunoassay) of T3 spiegels (radio immunoassay). De opname van T3-resine neemt af ten gevolge van de gestegen TBG-spiegels. De vrije T3- en T4-waarden blijven onveranderd. Andere bindingseiwitten kunnen ook toenemen in het serum, zoals het corticoïdbindend globuline (CBG) en het sekshormoonbindend globuline (SHBG), respectievelijk leidend tot stijging van de bloedspiegels van corticosteroïden en geslachtshormonen. Vrije of biologisch actieve hormoonconcentraties blijven onveranderd. Andere plasma-eiwitten kunnen toenemen (angiotensinogeen/renine-substraat, alfa-1-antitrypsine, ceruloplasmine). Het gebruik van HST verbetert de cognitieve functies niet. Er zijn sommige aanwijzingen van een verhoogd risico op mogelijke dementie bij vrouwen die continue gecombineerde HST of alleen oestrogenen als HST starten na de leeftijd van 65 jaar.
- Hormonale substitutietherapie (HST) voor symptomen van oestrogeendeficiëntie bij vrouwen die al sinds minstens 6 maanden geen maandstonden meer hebben
- Preventie van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op toekomstige fracturen die intolerant of gecontra-indiceerd zijn voor andere goedgekeurde geneesmiddelen voor preventie van osteoporose
Het werkzame bestanddeel, synthetisch 17β-oestradiol, is chemisch en biologisch identiek aan het endogene humane oestradiol. Het substitueert voor het verlies aan oestrogeenproductie bij postmenopauzale vrouwen en verlicht menopauzale klachten. Oestrogenen voorkomen verlies van botmassa ten gevolge van menopauze of ovariëctomie.
Hulpstoffen:
beschermlaag:
- transparant polyethyleentereftalaat (PET) folie
klevende matrix:
- styreenisopropeen copolymeer,
- glycerolesters van gehydrateerde harsen
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie De metabolisering van oestrogenen (en progestagenen) kan toenemen bij gelijktijdig gebruik van inductoren van geneesmiddelmetaboliserende enzymen, met name cytochroom-P450-enzymen, zoals anti-epileptica (bijvoorbeeld fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine) en anti-infectieuze middelen (bijvoorbeeld rifampicine, rifabutine, nevirapine, efavirenz). Ritonavir en nelfinavir, hoewel bekend staand als sterke inhibitoren, hebben juist een inducerend effect als ze gelijktijdig met steroïdehormonen gebruikt worden. Fytotherapeutische preparaten die St. Janskruid (Hypericum perforatum) bevatten kunnen het metabolisme van oestrogenen (en progestagenen) stimuleren. Bij transdermale toediening wordt het first-passmetabolisme in de lever omzeild en daarom zou transdermaal toegediende HST met oestrogenen minder dan orale hormonen beïnvloed worden door enzyminductoren. Klinisch kan een toegenomen metabolisme van oestrogenen en progestagenen leiden tot een verminderd effect en veranderingen in het uteriene bloedingspatroon. Effect van HST met oestrogenen op andere farmaca Hormonale contraceptiva met oestrogenen bleken de plasmaconcentratie van lamotrigine significant te verlagen bij gelijktijdige toediening vanwege inductie van lamotrigineglucuronidatie. Dit kan de controle over toevallen verzwakken. Hoewel de mogelijke interactie tussen de hormonale substitutietherapie en lamotrigine niet werd bestudeerd, wordt een vergelijkbare interactie verwacht, die kan leiden tot een afname van de toevalscontrole bij vrouwen die beide geneesmiddelen samen gebruiken. Overige interacties Tijdens klinische studies met de HCV-combinatietherapie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir met of zonder ribavirine kwam een transaminase (ALAT-)verhoging van meer dan 5 keer de bovengrens van de normaalwaarde significant vaker voor bij vrouwen die ethinylestradiolbevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals gecombineerde hormonale anticonceptiva. Daarnaast werden ook bij patiënten die werden behandeld met glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir ALAT-verhogingen waargenomen bij vrouwen die ethinyloestradiolbevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals gecombineerde hormonale anticonceptiva. Vrouwen die oestrogeenbevattende geneesmiddelen gebruikten anders dan ethinylestradiol, zoals oestradiol, en ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir met of zonder ribavirine hadden een transaminase (ALAT-)verhoging vergelijkbaar met vrouwen die geen oestrogenen kregen. Echter, door het beperkte aantal vrouwen dat deze andere oestrogenen kreeg is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening met de volgende combinatietherapieën: ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir met of zonder ribavirine; glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir (zie rubriek 4.4).
4.8 Bijwerkingen De bijwerkingen die tijdens klinische studies met Feminova het meest frequent gemeld werden (> 10%), waren reacties op de plaats waar de pleister geplakt werd, bijvoorbeeld pruritus, erytheem, oedeem, eczeem, urticaria en veranderingen van de huidpigmentatie. Het waren meestal milde huidreacties en deze reacties verdwenen meestal 2 tot 3 dagen na het verwijderen van de pleister. Dit zijn de effecten die normaal gesproken worden gezien bij transdermale oestrogeensubstitutietherapie. Alle bijwerkingen worden als geneesmiddel-gerelateerd beschouwd en zijn waargenomen tijdens de fase III (> 500 patiënten) en fase IV (> 10.000 patiënten) klinische studies of zijn afkomstig uit het spontane rapportagesysteem en de literatuur. Ze zijn samengevat in de volgende tabel: Orgaansysteem (bijv. MedDRA SOC level) Vaak voorkomende bijwerkingen (> 1/100, < 1/10) Soms voorkomende bijwerkingen (> 1/1000, < 1/100) Zelden voorkomende bijwerkingen (> 1/10.000, < 1/1000) Huid- en subcutaan weefsel Haarveranderingen, toegenomen zweten Spieren en skelet Artralgie, beenkramp Centraal en perifeer zenuwstelsel Hoofdpijn Duizeligheid, paresthesie, migraine Psychiatrische aandoeningen Angst, toegenomen eetlust, depressie, slapeloosheid, zenuwachtigheid Gastro-intestinaal systeem Misselijkheid, dyspepsie, hypogastrische pijn, braken Cardiovasculair Bloeddruk wijzigingen Myo-, endo-, pericardiaal Pijn op de borst Vasculair (extracardiaal) Vaataandoeningen Voortplantings-ziekten (vrouwelijk) Pijnlijke borsten (d.w.z. mastalgie, mastopathie, gevoelige borsten, borst vergroting) Vaginale afscheiding, doorbraakbloedingen Verergering van uteriene fibroïden Gehele lichaam / algemene aandoeningen Oedeem, vermoeidheid, gewichtsveranderingen Risico op borstkanker - Een tot 2-maal verhoogd risico op een diagnose van borstkanker wordt gemeld bij vrouwen die langer dan 5 jaar een gecombineerde oestrogeen-progestageen behandeling gebruiken. - Het verhoogde risico bij gebruiksters van alleen oestrogenen is lager dan het risico dat waargenomen wordt bij gebruiksters van oestrogeen-progestageen combinatiepreparaten. - De mate van risico is afhankelijk van de duur (zie rubriek 4.4). - Het absolute risico geschat op basis van de resultaten van de grootste gerandomiseerde placebogecontroleerde studie (WHI-studie) en de grootste meta-analyse van prospectieve epidemiologische studies worden voorgesteld.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
Als één van de volgende situaties op u van toepasssing is. Als u twijfelt over één van de onderstaande punten, raadpleeg uw arts voordat u Feminova gebruikt.
Gebruik dit middel niet:
als u borstkanker heeft of ooit heeft gehad, of als vermoed wordt dat u dit heeft.
Als u een vorm van kanker heeft die gevoelig is voor oestrogenen zoals kanker van het baarmoederslijmvlies (endometrium), of als vermoed wordt dat u dit heeft.
Als u vaginale bloedingen heeft waarvan de oorzaak niet is vastgesteld.
Als u een abnormale groei van het baarmoederslijmvlies (endometriumhyperplasie) heeft en u hiervoor niet wordt behandeld.
Als u een bloedstolsel in een ader (trombose) heeft of ooit heeft gehad, zoals in de benen (diepe veneuze trombose) of in de longen (longembolie)
Als u een bloedstollingsstoornis heeft (zoals proteïne C-, proteïne S-, of antitrombinedeficiëntie).
Als u een ziekte heeft of onlangs heeft gehad die veroorzaakt werd door een bloedstolsel in een slagader, zoals een hartaanval, een beroerte of angina pectoris (hevige pijn op de borst als gevolg van zuurstoftekort).
Als u een leverziekte heeft of ooit heeft gehad en uw leverfunctietesten nog niet genormaliseerd zijn.
Als u een erfelijke ziekte (porfyrie) heeft die gekenmerkt wordt door een ophoping van toxische stoffen (porfyrines) in het lichaam.
U bent allergisch voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.
Als u twijfelt over één van de bovenstaande aandoeningen, raadpleeg uw arts voordat u Feminova gebruikt.
Als u één van de bovenstaande aandoeningen voor het eerst krijgt terwijl u Feminova gebruikt, stop dan onmiddellijk met het gebruik van Feminova en raadpleeg onmiddellijk uw arts.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Feminova is niet aangewezen tijdens de zwangerschap. Indien tijdens de behandeling met Feminova zwangerschap optreedt, dient de behandeling onmiddellijk te worden beëindigd. Tot dusver tonen de resultaten van de meeste epidemiologische studies die relevant zijn voor beoordeling van effecten van accidentele foetale blootstelling aan oestrogenen geen teratogeen of foetotoxisch risico aan. Borstvoeding Feminova is niet aangewezen tijdens de lactatieperiode.
- Eén pleister, 1x per week continu aanbrengen.
- Als de voorgeschreven dosis de menopauzale klachten niet wegneemt dient de dosis na de eerste maanden stapsgewijze aangepast te worden door het gebruik van een transdermale pleister met een afgifte van 75 µg oestradiol per dag
- Max. 100 µg oestradiol per dag
- Bij vrouwen met een intacte uterus, dient een progestageen toegevoegd te worden gedurende tenminste 12-14 dagen per maand
Toedieningswijze
- Op een schone, droge zone van de huid van romp of zitvlak aanbrengen, die niet vettig, geschonden of geïrriteerd is
- Niet op de borsten aanbrengen
- De pleister moet direct na openen van het zakje en verwijderen van de beschermende folie aangebracht worden. De pleister dient stevig met de handpalm ter plaatse gedrukt te worden gedurende ongeveer 30 seconden, waarbij men zeker moet zijn dat er een goed contact is, in het bijzonder aan de randen
- De pleister moet éénmaal per week gewisseld worden.
- De plaatsen voor het aanbrengen dienen gewisseld te worden, met een tijdsinterval van minstens 1 week tussen de applicaties op een bepaalde plaats
- Als een pleister loskomt vooraleer de 7 dagen afgelopen zijn: opnieuw aanbrengen. Indien nodig dient een nieuwe pleister te worden aangebracht voor de rest van het doseringsinterval van 7 dagen
| CNK | 1378488 |
|---|---|
| Organisaties | Theramex |
| Merken | Teva |
| Breedte | 73 mm |
| Lengte | 76 mm |
| Diepte | 17 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 12 |
| Actieve ingrediënten | estradiol |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |